ECLI:NL:CRVB:2006:AV0152
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- R.H.M. Roelofs
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten beëindiging en intrekking bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenverplichting
Appellanten ontvingen sinds 1995 een bijstandsuitkering, die in 2003 werd opgeschort, beëindigd en ingetrokken door de gemeente Hardenberg vanwege vermoedens van niet-gemelde zelfstandige werkzaamheden en inkomsten. De sociale recherche en FIOD voerden onderzoek uit, waarbij werd vastgesteld dat appellant zijn zoon hielp met het inkopen en exporteren van machines.
De Raad oordeelde dat de blokkering van de uitkering terecht was vanwege een gegrond vermoeden van schending van de inlichtingenverplichting. Echter, de besluiten tot beëindiging en intrekking waren onvoldoende gemotiveerd en daarom vernietigd. De Raad stelde dat appellanten niet hadden aangetoond recht te hebben op bijstand, mede door het ontbreken van een deugdelijke administratie.
De Raad handhaafde de rechtsgevolgen van de vernietigde besluiten vanwege de schending van de inlichtingenverplichting. Tevens werd de gemeente Hardenberg veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten aan appellanten.
Uitkomst: De besluiten tot beëindiging en intrekking van het recht op bijstand zijn vernietigd wegens onvoldoende motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.