ECLI:NL:CRVB:2006:AV0188
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- A.B.J. van der Ham
- C. van Viegen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak inzake weigering bijstandsuitkering en toepassing artikel 4:6 Awb
Appellant verzocht bijstand met terugwerkende kracht vanaf 1 juni 2001, maar het College van burgemeester en wethouders van ’s-Hertogenbosch wees dit af omdat appellant niet de noodzakelijke bewijsstukken en inlichtingen verstrekte, met name over zijn woonadres.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit voor de periode 1 juni 2001 tot 29 januari 2002, maar liet de rechtsgevolgen van het vernietigde gedeelte in stand. Appellant ging in hoger beroep tegen het standpunt dat de rechtsgevolgen gehandhaafd moesten blijven.
De Raad oordeelde dat het College terecht toepassing gaf aan artikel 4:6 Awb Pro, dat vereist dat bij een nieuwe aanvraag nieuwe feiten of veranderde omstandigheden moeten worden vermeld. Appellant had dit niet gedaan. De door appellant overgelegde documenten in hoger beroep konden niet als nieuwe feiten worden aangemerkt omdat ze pas later werden ingebracht en geen uitsluitsel gaven over zijn feitelijke woonsituatie.
De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af, waarmee de weigering van terugwerkende kracht op de bijstandsuitkering gehandhaafd blijft.