ECLI:NL:CRVB:2006:AV0678
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- R.H.M. Roelofs
- C. van Viegen
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens niet-melding vermogen en detentie
Appellant ontving een bijstandsuitkering als alleenstaande ouder. De gemeente Utrecht trok het recht op bijstand in over bepaalde perioden omdat appellant zijn aandeel in een woning in Duitsland niet had gemeld en vanwege zijn detentie aldaar.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Raad vernietigt dit oordeel omdat de rechtbank buiten de omvang van het geding is getreden door een andere toetsingsgrond te hanteren dan het bestreden besluit.
De Raad stelt vast dat appellant samen met zijn broer een woning kocht en dat hij tijdens de detentieperiode niet beschikte over een vermogen boven de vermogensgrens, mede omdat de schuld aan de verkopers niet in mindering was gebracht. Wel blijft de intrekking van de bijstand over de gehele periode van toepassing vanwege de verhuurinkomsten.
De Raad verklaart het beroep gegrond, vernietigt het besluit voor de genoemde perioden, maar handhaaft de rechtsgevolgen van het vernietigde deel. Tevens veroordeelt de Raad de gemeente Utrecht tot betaling van proceskosten en vergoeding van griffierechten.
Uitkomst: Besluit tot intrekking bijstand gedeeltelijk vernietigd, rechtsgevolgen deels in stand gelaten, gemeente veroordeeld in proceskosten.