ECLI:NL:CRVB:2006:AV0697
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- R.M. van Male
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Beëindiging bijstandsuitkering wegens overschrijding vermogensgrens na nalatenschap
Appellante ontving bijstand op grond van de Algemene bijstandswet (Abw) en meldde dat zij middelen uit een nalatenschap zou ontvangen. Op 31 oktober 2002 bedroeg haar banksaldo €17.110,18, wat de vermogensgrens van €4.820,-- overschreed. Gedaagde beëindigde daarom de bijstandsuitkering per die datum.
Appellante voerde aan dat bij de vermogensvaststelling ten onrechte geen rekening was gehouden met de kosten van noodzakelijke aanschaf van duurzame gebruiksgoederen zoals een wasmachine en koelkast. Zij stelde dat haar was toegezegd dat deze kosten zouden worden meegenomen, waardoor het vertrouwensbeginsel zou zijn geschonden.
De Raad oordeelde dat er geen wettelijke grondslag is om bij de vermogensvaststelling rekening te houden met toekomstige uitgaven, en dat de consulente niet heeft toegezegd dat dergelijke kosten zouden worden verrekend. De beëindiging van de bijstand was daarom terecht. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De bijstandsuitkering wordt beëindigd wegens overschrijding van de vermogensgrens na ontvangst van middelen uit nalatenschap.