ECLI:NL:CRVB:2006:AV0891
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- H. van Leeuwen
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Beoordeling arbeidsongeschiktheid en belastbaarheidspatroon bij WAO-uitkering
Betrokkene, die na jaren niet werkzaam te zijn geweest als technisch onderhoudsmonteur werkte, staakte deze werkzaamheden wegens psychische klachten en vroeg een WAO-uitkering aan. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) weigerde de uitkering omdat betrokkene minder dan 15% arbeidsongeschikt zou zijn, aangezien hij geschikt was voor andere functies waarmee hij meer dan 85% van het loon kon verdienen.
De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene gegrond en vernietigde het besluit, waarbij werd vastgesteld dat het verlies aan verdiencapaciteit zowel medisch als arbeidskundig moet worden vastgesteld aan de hand van ten minste drie functies, conform het Schattingsbesluit. Het Uwv had slechts twee functies aangewezen, wat strijdig is met de regelgeving.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de uitspraak van de rechtbank. De Raad oordeelde dat betrokkene bij aanvang van de verzekering volledig arbeidsongeschikt was, omdat slechts twee geschikte functies konden worden aangewezen. Tevens werd geoordeeld dat het Uwv onvoldoende had gemotiveerd waarom het beroep op haar discretionaire bevoegdheid gerechtvaardigd was.
De Raad veroordeelde het Uwv tot betaling van de proceskosten van betrokkene en bevestigde dat het besluit tot weigering van de WAO-uitkering niet stand kan houden. Hiermee werd betrokkene in het gelijk gesteld en het beroep gegrond verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat betrokkene bij aanvang van de WAO-verzekering volledig arbeidsongeschikt was en vernietigt het besluit tot weigering van de WAO-uitkering.