ECLI:NL:CRVB:2006:AV2069
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- R.H.M. Roelofs
- J.N.A. Bootsma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenplicht en terugvordering
Appellanten ontvingen vanaf 1 april 1997 bijstand op grond van de Algemene bijstandswet (Abw). Na onderzoek door het Regionaal Interdisciplinair Fraudeteam bleek dat appellant werkzaamheden verrichtte op de Utrechtse Bazaar te Vleuten en de markt op het Vredenburg te Utrecht zonder deze inkomsten te melden. Gedaagde trok daarom per 6 januari 2001 de bijstandsuitkering in en vorderde de kosten van bijstand terug.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond, waarna zij hoger beroep instelden. De Raad stelt vast dat appellanten de inlichtingenplicht uit artikel 65 Abw Pro hebben geschonden en dat daardoor niet kan worden vastgesteld of zij recht hadden op bijstand gedurende de relevante periode. De aangeleverde financiële overzichten zijn onvoldoende betrouwbaar en verifieerbaar.
De Raad oordeelt dat gedaagde terecht op grond van artikel 69, derde lid, Abw het recht op bijstand heeft ingetrokken en dat geen dringende redenen bestaan om hiervan af te zien. Ook de terugvordering van de bijstandskosten is terecht en er zijn geen omstandigheden die onaanvaardbare sociale of financiële gevolgen opleveren. Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering en de terugvordering van bijstandskosten worden bevestigd en het hoger beroep wordt afgewezen.