ECLI:NL:CRVB:2006:AV2778
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- C.P.J. Goorden
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Onvoldoende sollicitatieactiviteiten tijdens bezwaarfase leidt tot maatregel WW-uitkering
Gedaagde ontving vanaf 20 mei 2003 een WW-uitkering, die werd beëindigd toen zij werkzaamheden verrichtte. Na afloop van haar dienstverband vroeg zij een WW-uitkering aan per 18 september 2003, welke aanvankelijk werd afgewezen omdat zij niet werkloos zou zijn. Na bezwaar werd dit herzien en de uitkering herleefde per 18 augustus 2003. Appellant legde meerdere keren een maatregel op wegens onvoldoende sollicitatieactiviteiten, resulterend in een korting van 20% op de uitkering.
De rechtbank matigde deze maatregel tot 10%, omdat appellant gedaagde niet tijdig had geïnformeerd over de doorlopende sollicitatieplicht tijdens de bezwaarprocedure en werkbriefjes pas na beslissing op bezwaar had toegezonden. Gedaagde stelde dat zij haar sollicitatiegedrag niet kon aanpassen vanwege deze late informatie.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellant gedaagde voldoende schriftelijk had geïnformeerd over haar sollicitatieplicht en dat geen extra waarschuwing tijdens bezwaar nodig was. Tevens was het achteraf toezenden van werkbriefjes gerechtvaardigd omdat gedaagde haar aanvraag aanvankelijk verkeerd had ingediend. De Raad vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van gedaagde ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van gedaagde wordt ongegrond verklaard en de opgelegde maatregel van 20% korting op de WW-uitkering blijft van kracht.