ECLI:NL:CRVB:2006:AV2995
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- C.P.J. Goorden
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering WW-uitkering wegens werkzaamheden als zelfstandige
Appellant ontving een WW-uitkering die op grond van een onderzoek werd herzien omdat hij niet had gemeld dat hij vanaf 12 april 2002 als zelfstandige in zijn eigen pizzeria werkte. De uitkering werd met terugwerkende kracht aangepast en het teveel betaalde bedrag werd teruggevorderd. Tevens werd een boete opgelegd wegens het niet nakomen van de informatieplicht.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij werd vastgesteld dat appellant terecht geen recht meer had op de uitkering vanaf de datum van zelfstandige werkzaamheden. Appellant voerde aan dat hij telefonisch melding had gemaakt en vertrouwde op mededelingen dat dit geen gevolgen zou hebben zolang er geen verdiensten waren.
De Raad oordeelde dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij mocht vertrouwen op ongewijzigde voortzetting van de uitkering. De besluiten tot herziening, terugvordering en boete werden bevestigd, hoewel de besluitvorming aanvankelijk gesplitst was en daarom deels vernietigd moest worden. De rechtsgevolgen van de terugvordering en boete blijven echter in stand. Het griffierecht werd aan appellant vergoed.
Uitkomst: De herziening van de WW-uitkering en de boete worden bevestigd, de besluitvorming wordt deels vernietigd maar de rechtsgevolgen blijven in stand.