ECLI:NL:CRVB:2006:AV3000
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- C.P.J. Goorden
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verwijtbare werkloosheid wegens ongewenst gedrag en ontbinding arbeidsovereenkomst
Appellant was sinds 1999 in dienst bij N.V. Afvalverwerking Rijnmond en werd in 2002 op staande voet ontslagen wegens ongewenste intimiteiten richting medewerksters, waaronder het versturen van e-mails, gedichten, brieven en het geven van cadeaus. De arbeidsovereenkomst werd later ontbonden door de kantonrechter wegens dringende redenen.
Appellant vroeg een WW-uitkering aan, die aanvankelijk werd toegekend. De werkgever maakte bezwaar tegen deze toekenning wegens verwijtbare werkloosheid. De rechtbank verklaarde het bezwaar van de werkgever gegrond en vernietigde het besluit tot toekenning van de WW-uitkering wegens onvoldoende motivering door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV).
In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat het UWV voldoende onderzoek heeft gedaan en dat op basis van de feiten en omstandigheden vaststaat dat appellant zich verwijtbaar heeft gedragen. Dit gedrag bestond uit ongewenste intimiteiten en het overtreden van het beleid tegen ongewenste omgangsvormen, wat redelijkerwijs tot ontslag kon leiden. De Raad bevestigt daarom het oordeel van verwijtbare werkloosheid en bepaalt dat het UWV een nieuw besluit moet nemen over het bezwaar en eventuele maatregelen.
Uitkomst: Appellant is verwijtbaar werkloos verklaard wegens ongewenst gedrag, waardoor het UWV een nieuw besluit over de WW-uitkering moet nemen.