ECLI:NL:CRVB:2006:AV4216
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- H.J. Simon
- N.J. Haverkamp
- Rechtspraak.nl
Terugvordering ten onrechte doorbetaalde kinderbijslag na overlijden niet zonder bestuursrechtelijk besluit
Appellante ontving kinderbijslag via haar overleden echtgenoot, die op 22 februari 2001 overleed. De kinderbijslag werd ten onrechte doorbetaald tot het vierde kwartaal van 2001, omdat appellante het overlijden niet had gemeld. De Sociale verzekeringsbank (SVB) vorderde het bedrag van €710,04 terug en verklaarde het bezwaar van appellante tegen deze terugvordering niet-ontvankelijk.
De rechtbank handhaafde deze niet-ontvankelijkheidsverklaring, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde anders. De Raad stelde vast dat artikel 24 van Pro de Algemene Kinderbijslagwet (AKW) een bestuursrechtelijke grondslag biedt voor terugvordering van onverschuldigde betalingen, ook aan personen die niet zelf verzekerde zijn maar met wie de rechthebbende een huishouding voert.
De Raad verwierp het standpunt van de SVB dat het terugvorderingsbesluit geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zou zijn en vernietigde het eerdere besluit en de uitspraak van de rechtbank. De SVB werd opgedragen een nieuw besluit op bezwaar te nemen en werd veroordeeld in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het terugvorderingsbesluit is een besluit in de zin van de Awb; het bezwaar van appellante is ontvankelijk en het eerdere besluit wordt vernietigd.