ECLI:NL:CRVB:2012:BV6861
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Beëindiging kinderbijslagrecht na overlijden echtgenoot en afwijzing zelfstandig recht appellant
De zaak betreft het recht op kinderbijslag van appellante, wiens echtgenoot in 2005 is overleden. De echtgenoot was verzekerd voor de Algemene Kinderbijslagwet (AKW) en ontving kinderbijslag voor hun kinderen. Na zijn overlijden heeft de Sociale verzekeringsbank (Svb) de betaling van kinderbijslag aan appellante stopgezet vanaf het eerste kwartaal van 2006.
Appellante betoogde dat zij op grond van artikel 14a van de AKW een zelfstandig recht op kinderbijslag heeft, mede gesteund door eerdere uitspraken van de Raad. De rechtbank en de Svb verwierpen dit standpunt omdat het recht op kinderbijslag toekwam aan haar overleden echtgenoot en niet aan haarzelf. Tevens is geen uitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet toegekend.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze beoordeling en wijst het hoger beroep af. Tevens oordeelt de Raad dat het beroep op het Eerste Protocol bij het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens niet opgaat omdat er geen sprake is van beëindiging of intrekking van een aan appellante toegekende uitkering. De Raad ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt afgewezen en de beëindiging van het recht op kinderbijslag vanaf het eerste kwartaal van 2006 wordt bevestigd.