ECLI:NL:CRVB:2006:AV4677
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.G.M. Simons
- G.A.J. van den Hurk
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering afzien van toepassing artikel 11 Wfa bij onrechtmatige bijstand in MKZ-crisis
De zaak betreft het hoger beroep van het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Dongeradeel tegen een uitspraak van de rechtbank Leeuwarden over de toepassing van artikel 11 van Pro de Wet financiering Abw, IOAW en IOAZ (Wfa). De gemeente had in 2001 tijdens de MKZ-crisis negen uitkeringen toegekend zonder de voorgeschreven voorwaarden van het Bijstandsbesluit zelfstandigen (Bbz) te volgen, waardoor deze uitkeringen onrechtmatig waren.
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid had bij besluit een bedrag van € 35.940 buiten aanmerking gelaten en het verzoek tot toepassing van artikel 11, derde lid, Wfa afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. De gemeente voerde in hoger beroep aan dat er toezeggingen waren gedaan die recht gaven op een ruimere toepassing van het Bbz (de zogenaamde Enschede-lijn) en dat de bijzondere omstandigheden van de MKZ-crisis een tekortkoming van bijzondere aard vormden.
De Raad oordeelde dat geen ondubbelzinnige toezeggingen waren gedaan door een bevoegd orgaan en dat het vertrouwensbeginsel daarom niet slaagt. Tevens achtte de Raad het beleid rond artikel 11, derde lid, Wfa, dat een geringe financiële omvang of bijzondere omstandigheden vereist, aanvaardbaar. De MKZ-crisis vormde geen grond voor toepassing van het derde lid, omdat de gemeente bewust in strijd met dwingende wettelijke bepalingen had gehandeld. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de gemeente terecht geen afzien van toepassing van artikel 11 Wfa kreeg en wijst het hoger beroep af.