ECLI:NL:CRVB:2006:AV6305
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- R.H.M. Roelofs
- C. van Viegen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing bijzondere bijstand legeskosten verblijfsvergunning
Appellante vroeg bijzondere bijstand aan voor legeskosten van €507,- in verband met de verlenging van haar verblijfsvergunning en die van haar minderjarige kinderen. Deze aanvraag werd door het College van burgemeester en wethouders van Spijkenisse afgewezen, omdat legeskosten volgens gemeentelijk beleid niet tot de noodzakelijke kosten van het bestaan worden gerekend.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond. In hoger beroep stelde de Centrale Raad van Beroep vast dat gedaagde niet langer het standpunt handhaafde dat legeskosten niet noodzakelijk zijn. De Raad oordeelde dat het besluit van 17 februari 2004 vernietigd moest worden omdat het niet met de nodige zorgvuldigheid was voorbereid en genomen, in strijd met artikel 3:2 Awb Pro.
De Raad benadrukte dat legeskosten tot de incidenteel voorkomende noodzakelijke kosten van het bestaan behoren, maar dat bij bijzondere omstandigheden moet worden onderzocht of reservering of lening mogelijk was. Appellante stelde dat zij vanwege haar situatie niet kon reserveren of lenen. Gedaagde had dit onvoldoende onderzocht.
De Raad veroordeelde gedaagde tot vergoeding van de proceskosten en bepaalde dat een nieuw besluit op bezwaar moet worden genomen met inachtneming van deze uitspraak.
Uitkomst: Het besluit van 17 februari 2004 wordt vernietigd en gedaagde wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak.