ECLI:NL:CRVB:2006:AV7742
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- J.J.A. Kooijman
- J.N.A. Bootsma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering bijstandsuitkering wegens niet gemelde inkomsten
Appellant ontving een bijstandsuitkering en werd geconfronteerd met een heronderzoek naar zijn financiële gegevens. Omdat hij geen bankafschriften kon overleggen, werd het recht op bijstand per 1 augustus 2002 opgeschort en later ingetrokken. Uit de alsnog overgelegde afschriften bleek dat in de periode mei tot en met juli 2002 diverse bedragen waren gestort, waarvan de herkomst niet kon worden aangetoond.
Gedaagde herzag daarop het recht op bijstand over deze periode en vorderde de teveel ontvangen bijstand terug, met toepassing van de Algemene bijstandswet (Abw). Tevens werd een boete opgelegd wegens het niet nakomen van de inlichtingenplicht. Appellant voerde aan dat de besluitvorming afgerond was en dat hernieuwde besluitvorming op dezelfde feiten niet was toegestaan.
De Raad oordeelde dat gedaagde bevoegd was het recht op bijstand te herzien en terug te vorderen op basis van dezelfde feiten en omstandigheden, mede gelet op het advies van de Commissie van advies voor de bezwaar- en beroepschriften. Appellant slaagde er niet in aan te tonen dat hij niet over de gestorte bedragen kon beschikken. De boete werd terecht opgelegd en de hoogte ervan werd niet verlaagd. Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot herziening, terugvordering en boete wordt bevestigd.