ECLI:NL:CRVB:2006:AV7864
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot verhoging bijstandsuitkering wegens co-ouderschap na omgangsregeling
Appellant, die een bijstandsuitkering ontvangt volgens de norm voor een alleenstaande, verzocht om verhoging van zijn uitkering naar de norm voor een eenoudergezin, naar aanleiding van een omgangsregeling met zijn drie kinderen.
De rechtbank Maastricht wees dit verzoek af, omdat appellant niet als co-ouder werd aangemerkt. De Raad bevestigt dit oordeel en stelt dat de omgangsregeling niet leidt tot co-ouderschap in de zin van de Gemeentelijke bijstandsverordening 1999, die vereist dat kinderen minimaal 3/7 van de tijd bij de betrokkene verblijven en dat dit blijkt uit een gezamenlijke verklaring.
De Raad oordeelt verder dat de kosten van omgang als algemene noodzakelijke kosten van het bestaan gelden en niet in aanmerking komen voor bijzondere bijstand. De beëindiging van de bijzondere bijstand door de gemeente was rechtmatig en niet in strijd met het verbod op reformatio in peius.
De Raad bevestigt de aangevallen uitspraak en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: Verzoek tot verhoging van de bijstandsuitkering wegens co-ouderschap wordt afgewezen; bijstand blijft volgens norm alleenstaande.