ECLI:NL:CRVB:2006:AV8545
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.G.M. Simons
- G.A.J. van den Hurk
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herziening ouderdomspensioenen wegens gezamenlijke huishouding en schending inlichtingenplicht
Appellanten ontvingen ieder een ouderdomspensioen volgens de norm voor ongehuwden. Na onderzoek concludeerde de Sociale verzekeringsbank dat zij vanaf 1 november 1995 een gezamenlijke huishouding voerden, wat leidde tot herziening van hun pensioenen naar de gehuwdennorm met terugwerkende kracht.
De rechtbank Arnhem vernietigde de herzieningsbesluiten wegens onvoldoende motivering, met name rond de verwijtbaarheid van appellanten. Appellanten voerden in hoger beroep aan dat zij redelijkerwijs niet konden weten dat hun situatie als gezamenlijke huishouding moest worden aangemerkt en verzochten om schadevergoeding.
De Raad oordeelt dat appellanten hun inlichtingenplicht schonden door niet te melden dat zij gezamenlijk eigenaar waren van de woning, waardoor zij redelijkerwijs hadden moeten begrijpen dat hun uitkering te hoog was. De herziening met terugwerkende kracht was daarom terecht en conform de wet en het beleid van de Sociale verzekeringsbank.
Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de latere besluiten van 14 september 2004 in de plaats zijn getreden van eerdere besluiten. Het beroep tegen deze besluiten wordt ongegrond verklaard. Een schadevergoeding wordt afgewezen en er worden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen de herzieningsbesluiten wordt ongegrond verklaard.