ECLI:NL:CRVB:2006:AV8549
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Vernietiging schorsingsbesluit WAZ-uitkering wegens niet tijdig verstrekken gegevens buitenlandse uitkering
Appellant ontving sinds 1 oktober 1976 een arbeidsongeschiktheidsuitkering, later omgezet in een WAZ-uitkering. In 2001 ontdekte het UWV dat appellant ook een buitenlandse uitkering van de Social Security Administration (SSA) ontving. Het UWV verzocht appellant om gegevens over deze uitkering te verstrekken, met een uiterste datum van 1 maart 2002. Appellant stuurde binnen deze termijn een machtiging om de gegevens bij de SSA op te vragen.
Desondanks schorste het UWV op 20 februari 2002 de WAZ-uitkering met ingang van 1 maart 2002 wegens het niet tijdig verstrekken van de gevraagde gegevens. Appellant maakte bezwaar, waarop het UWV het bezwaar ongegrond verklaarde. De rechtbank verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang, omdat de schorsing met terugwerkende kracht was opgeheven.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de rechtbank ten onrechte het belang van appellant niet heeft onderzocht en dat het schorsingsbesluit geen wettelijke grondslag heeft omdat het werd genomen voordat de termijn was verstreken. Bovendien had het UWV, gezien de tijdige machtiging van appellant, een nadere termijn moeten stellen voor het aanleveren van de gegevens. Daarom vernietigt de Raad het schorsingsbesluit en verklaart het beroep gegrond. Tevens moet het UWV het betaalde griffierecht vergoeden.
Uitkomst: Het schorsingsbesluit van de WAZ-uitkering wordt vernietigd en het beroep van appellant wordt gegrond verklaard.