ECLI:NL:CRVB:2006:AV8571
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens niet nagekomen inlichtingenverplichting
Appellant ontving sinds december 2002 een bijstandsuitkering. Naar aanleiding van een vermoeden van werkzaamheden en inkomsten heeft de gemeente Tilburg een onderzoek ingesteld, waaruit bleek dat appellant werkzaam was als schoonmaker bij een McDonalds restaurant. Op basis hiervan werd het recht op bijstand ingetrokken en de bijstandskosten teruggevorderd over de periode 18 december 2002 tot en met 31 december 2003.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het besluit van 15 april 2004 gegrond en bepaalde dat een nieuw besluit moest worden genomen, waarbij werd vastgesteld dat appellant niet had gewerkt van 18 december 2002 tot 1 juli 2003, wel inkomsten had van oktober tot december 2003, maar dat de periode van 1 juli tot 1 oktober 2003 onvoldoende was onderbouwd.
Gedaagde nam een nieuw besluit tot intrekking en terugvordering over deze periode, maar de Raad oordeelt dat dit besluit berust op een onjuiste wettelijke grondslag (artikelen 69 en 81 Abw in plaats van artikelen 54 en 58 WWB). Het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank is niet-ontvankelijk omdat het nieuwe besluit in de plaats is getreden van het eerdere besluit. De Raad bevestigt dat gedaagde bevoegd is om het recht op bijstand in te trekken en terug te vorderen over de periode 1 juli tot 1 oktober 2003, en dat dit in redelijkheid kan worden besloten.
De rechtsgevolgen van het vernietigde besluit blijven in stand. De Raad veroordeelt de gemeente Tilburg tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het besluit tot intrekking en terugvordering wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.