ECLI:NL:CRVB:2006:AV8579

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
28 maart 2006
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
05-1243 NABW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:11 AwbAlgemene bijstandswet
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding bij intrekking bijstandsuitkering

Appellant, woonachtig in Suriname, had bijstandsuitkering opgeschort gekregen omdat hij zonder toestemming naar het buitenland was vertrokken. Gedaagde, de gemeente Dronten, stelde dat appellant contact moest opnemen voor herstel van de uitkering binnen een gestelde termijn. Appellant diende het bezwaar te laat in, waarna dit niet-ontvankelijk werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellant stelde hoger beroep in.

De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is. Hoewel de gemachtigde van appellant zich op overmacht beriep omdat zij dacht dat appellant in maart 2004 zou terugkeren, was de termijn al verstreken toen dit bleek. Correspondentie verliep via een familielid in Nederland, maar het belang van de brief werd niet tijdig onderkend, wat voor risico van appellant komt.

De Raad bevestigt de eerdere uitspraak en wijst het hoger beroep af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de niet-ontvankelijkheid van het bezwaar wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.

Uitspraak

05/1243 NABW
U I T S P R A A K
in het geding tussen:
[appellant], wonende te Suriname, appellant,
en
het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Dronten, gedaagde.
I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
Namens appellant heeft S.F. Mohammedamin, gemachtigde, hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 8 februari 2005, reg.nr. 04/747 NABW.
Gedaagde heeft een verweerschrift ingediend.
Het geding is behandeld ter zitting van 14 februari 2006, waar appellant noch zijn gemachtigde zijn verschenen, en waar gedaagde zich heeft laten vertegenwoordigen door J.F. Eelsing, werkzaam bij de gemeente Dronten.
II. MOTIVERING
De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.
Bij besluit van 4 februari 2004 heeft gedaagde het recht op bijstand van appellant ingevolge de Algemene bijstandswet met ingang van 1 januari 2004 opgeschort op de grond dat appellant zonder toestemming van gedaagde op 31 december 2003 naar Suriname was vertrokken. Gedaagde heeft daarbij aangegeven dat appellant voor herstel van zijn uitkering uiterlijk op 13 februari 2004 met gedaagde contact diende op te nemen. Tevens is appellant erop gewezen dat indien hij niet voor de gestelde datum met gedaagde contact had opgenomen, de bijstand zou worden beëindigd, omdat gedaagde dan het recht op bijstand niet kon vaststellen.
Bij besluit van 23 februari 2004 heeft gedaagde onder meer het recht op bijstand van appellant met ingang van 1 januari 2004 ingetrokken.
Bij brief van 18 april 2004 is namens appellant tegen het besluit van 23 februari 2004 bezwaar gemaakt.
Bij besluit van 25 mei 2004 heeft gedaagde het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat de termijn van zes weken voor het indienen van een bezwaarschrift was overschreden en dat er geen aanleiding was om de termijnoverschrijding verschoonbaar te achten.
Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het besluit van 25 mei 2004 ongegrond verklaard.
Appellant heeft zich in hoger beroep gemotiveerd tegen deze uitspraak gekeerd.
De Raad komt tot de volgende beoordeling.
In dit geding moet de vraag worden beantwoord of de namens appellant aangevoerde redenen voor de termijnoverschrijding tot de conclusie leiden dat – gelet op artikel 6:11 van Pro de Awb – redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant in verzuim is geweest.
De gemachtigde van appellant heeft zich bij brief van 12 mei 2004 op overmacht beroepen. Zij verkeerde in de veronderstelling dat appellant in maart 2004 in Nederland zou terugkeren en dan zelf tijdig uitleg aan gedaagde kon geven. Toen haar in april 2004 was gebleken dat appellant niet naar Nederland was teruggekeerd, was de termijn waarbinnen bezwaar kon worden gemaakt reeds verstreken.
Dit leidt de Raad evenwel niet tot de conclusie dat sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding. Uit de brief van 12 mei 2004 blijkt dat appellant maatregelen heeft getroffen voor de behartiging van zijn belangen. Zo beschikte een familielid in ’s-Gravenhage over een sleutel van de woning van appellant en verliep de correspondentie van appellant tussen Suriname en Nederland ook via dat familielid. Dat het belang van de brief van gedaagde aan appellant van 23 februari 2004 door het betrokken familielid in ’s-Gravenhage niet (tijdig) is onderkend, ligt in de risicosfeer van appellant. Verder is gebleken dat de nicht van appellant - vanaf 6 mei 2004 diens gemachtigde - eind december 2003 en eind januari 2004 telefonisch contact heeft gehad met de sociale dienst van de gemeente Dronten. Evenals de rechtbank ziet de Raad in de opstelling van de gemachtigde van appellant nadien, zoals geschetst in haar brief van
12 mei 2002, grond voor het oordeel dat zij daarbij een zeker risico heeft genomen bij de behartiging van de belangen van appellant. Het gevolg daarvan dient eveneens voor rekening van appellant te komen.
Gedaagde heeft het bezwaar van appellant derhalve terecht niet-ontvankelijk verklaard.
Uit het vorenstaande vloeit voort dat het hoger beroep niet slaagt, zodat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.
De Raad ziet ten slotte geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus gewezen door mr. Th.C. van Sloten als voorzitter en mr. R.M. van Male en mr. C. van Viegen als leden, in tegenwoordigheid van M. Pijper als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 28 maart 2006.
(get.) Th.C. van Sloten.
(get.) M. Pijper.