ECLI:NL:CRVB:2006:AV8600
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- R.M. van Male
- C. van Viegen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering renteloze geldlening bijstand na correctie bijzondere bijstand
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een besluit van het College van burgemeester en wethouders van Haarlem betreffende de terugvordering van een renteloze geldlening verstrekt als bijstand in de periode 1996-1997. De gemeente had een bedrag van de lening omgezet in bijstand om niet en het resterende bedrag teruggevorderd, waarbij bijzondere bijstand voor woonlasten en ziektekostenverzekering in mindering werd gebracht.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het besluit van 29 april 2002 niet-ontvankelijk en het beroep tegen het besluit van 13 augustus 2002 ongegrond. Appellant voerde aan dat hem minder bijstand was verstrekt dan de gemeente aannam, maar kon dit niet met bewijs onderbouwen. De gemeente overlegde een gedetailleerd overzicht van betalingen en voorschotten.
De Raad oordeelt dat de berekening van de terugvordering door de gemeente correct is en dat appellant onvoldoende heeft gesteld om dit te betwisten. De Raad bevestigt daarom het bestreden besluit en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Het totaal terug te vorderen bedrag is verlaagd van f 26.525,37 tot f 16.995,88, waarbij rekening is gehouden met de bijzondere bijstand. De uitspraak is gedaan door de Centrale Raad van Beroep op 28 maart 2006.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot terugvordering van de renteloze geldlening wordt bevestigd.