ECLI:NL:CRVB:2006:AV8813
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Afwijzing WAO-uitkering wegens onvoldoende objectivering chronische pijnklachten
Gedaagde vroeg een WAO-uitkering aan wegens chronische pijnklachten, waaronder fibromyalgie, maar het UWV weigerde deze omdat de klachten niet medisch objectief vast te stellen waren. De rechtbank vernietigde deze weigering en oordeelde dat in bijzondere gevallen ook klachten zonder duidelijke oorzaak tot arbeidsongeschiktheid kunnen leiden, verwijzend naar de Maoc-richtlijn.
In hoger beroep stelde het UWV dat de medische rapporten wel degelijk aandacht besteedden aan de Maoc-richtlijn en dat er geen sprake was van een bijzonder geval. De Centrale Raad van Beroep concludeerde dat de medische deskundigen geen vrijwel eenduidige, consistente en verantwoorde opvatting deelden dat gedaagde als gevolg van ziekte of gebrek niet in staat was tot arbeid. De verklaringen van niet-medische beroepsgroepen werden slechts als aanvullend beschouwd.
De Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van gedaagde ongegrond. Er was onvoldoende bewijs dat voldaan werd aan de Maoc-richtlijn, zodat de weigering van de WAO-uitkering stand hield. Het UWV had ook niet te kort geschoten in haar zorgvuldigheid door geen extra medisch onderzoek te laten verrichten.
Uitkomst: Het beroep van gedaagde wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WAO-uitkering bevestigd.