ECLI:NL:CRVB:2021:541
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling mate arbeidsongeschiktheid WIA en geschiktheid functies bevestigd
Appellant, laatstelijk werkzaam als technisch medewerker, meldde zich ziek met diverse fysieke en psychische klachten. Het UWV stelde de mate van arbeidsongeschiktheid vast op 55,82%, waarop appellant bezwaar maakte. De rechtbank vernietigde het besluit vanwege een motiveringsgebrek, waarna het UWV een nieuw besluit nam met dezelfde vaststelling. De rechtbank verklaarde dit besluit vervolgens ongegrond.
In hoger beroep betoogde appellant dat onvoldoende rekening was gehouden met zijn cumulatieve klachten, waaronder slaapapneu, tinnitus, pijn- en depressieve klachten en mentale traagheid, en verzocht om een onafhankelijke deskundige. De Raad oordeelde dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep de beperkingen adequaat had vastgesteld en gemotiveerd, waarbij ook de lichte mentale traagheid was betrokken zonder aanleiding tot extra beperkingen.
De Raad volgde de rechtbank in het oordeel dat de geselecteerde functies medisch geschikt zijn en dat er geen reden is voor een onafhankelijke deskundige. Het hoger beroep werd verworpen en het verzoek tot vergoeding van wettelijke rente afgewezen. De proceskostenveroordeling werd eveneens afgewezen.
Uitkomst: De mate van arbeidsongeschiktheid is terecht vastgesteld op 55,82% en de geselecteerde functies zijn medisch geschikt.