ECLI:NL:CRVB:2006:AV9085
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Toepassing artikel 44 WAO met terugwerkende kracht op uitkering als lid provinciale staten
Appellant ontving een WAO-uitkering op basis van een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80% of meer. Gedaagde paste artikel 44 van Pro de WAO toe en bracht de uitkering per 1 april 2000 terug tot een niveau dat overeenkomt met 65 tot 80% arbeidsongeschiktheid, vanwege inkomsten die appellant als lid van de provinciale staten genoot.
Appellant voerde aan dat hij altijd volledig melding had gemaakt van zijn neveninkomsten en dat de toepassing van artikel 44 met Pro terugwerkende kracht niet toelaatbaar was. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel, met verbetering van de motivering.
De Raad overwoog dat het beginsel van rechtszekerheid toepassing van anticumulatiebepalingen met terugwerkende kracht uitsluit, tenzij betrokkene wist of redelijkerwijs kon weten dat de inkomsten invloed hadden op de uitkering. Gezien de hoogte van de vergoeding als lid van de provinciale staten moest appellant worden geacht hiervan op de hoogte te zijn geweest.
De Raad stelde vast dat het niet relevant is dat appellant een deel van zijn inkomsten aan zijn partij afdroeg of uitgaf aan werkzaamheden; het gaat bij artikel 44 WAO Pro om de inkomsten zelf. De uitspraak bevestigt dat de terugwerkende kracht van artikel 44 hier Pro terecht is toegepast.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de toepassing van artikel 44 WAO met terugwerkende kracht op de uitkering terecht is.