ECLI:NL:CRVB:2006:AW3260
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens onjuiste woonadresopgave
Appellante ontving vanaf 19 april 2001 een bijstandsuitkering als alleenstaande. Het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam besloot op 11 juli 2003 het recht op bijstand over de periode van 19 april 2001 tot en met 13 juni 2002 in te trekken en de kosten van bijstand van € 10.903,40 terug te vorderen, omdat appellante niet op het opgegeven adres verbleef.
De Raad stelde vast dat de motivering van het besluit van 17 februari 2004 ondeugdelijk was omdat alleen de schending van de inlichtingenplicht werd aangevoerd. Wel was volgens de Raad op basis van sociale recherche en verklaringen bewezen dat appellante vanaf 19 april 2001 niet op het opgegeven adres woonde, maar een zwervend bestaan leidde en het adres slechts als postadres gebruikte.
De Raad oordeelde dat het College terecht het recht op bijstand heeft ingetrokken en de terugvordering heeft ingesteld, omdat appellante niet aan haar inlichtingenplicht voldeed. Het verzoek tot schadevergoeding werd afgewezen. De Raad vernietigde de aangevallen uitspraak en het besluit van 17 februari 2004 behoudens het deel over kostenvergoeding, en veroordeelde het College in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit tot intrekking en terugvordering wordt vernietigd wegens ondeugdelijke motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.