ECLI:NL:CRVB:2013:2375
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering herziening terugvordering bijstand zonder nieuwe feiten
Appellante verzocht om herziening van een besluit tot terugvordering van bijstand over de periode april 2001 tot juni 2002, waarbij zij stelde dat zij door het strafhof was vrijgesproken van de ten laste gelegde feiten. Het college wees het verzoek af omdat geen nieuwe feiten of omstandigheden waren aangevoerd die herziening rechtvaardigen.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit afwijzingsbesluit ongegrond. In hoger beroep voerde appellante aan dat zij naast het strafrechtelijke arrest ook nieuwe getuigenverklaringen had overgelegd die als nieuwe feiten konden gelden.
De Raad oordeelde dat de vrijspraak in strafrechtelijke zin geen nieuw feit of veranderde omstandigheid is in bestuursrechtelijke zin en dat de nieuwe getuigenverklaringen geen wezenlijke nieuwe feiten bevatten, maar slechts nuanceringen van eerder bekende verklaringen. Bovendien had appellante deze verklaringen eerder kunnen inbrengen.
Daarom mocht het college het verzoek afwijzen en de rechtbank heeft dit terecht bevestigd. Het hoger beroep slaagt niet en de uitspraak wordt bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit tot terugvordering bijstand blijft in stand.