ECLI:NL:CRVB:2006:AW3528
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van beroep tegen herziening WAO-uitkering wegens termijnoverschrijding
Appellant stelde beroep in tegen de herziening van zijn WAO-uitkering waarbij de mate van arbeidsongeschiktheid werd verlaagd van 80% of meer naar 55-65%. De rechtbank verklaarde het beroep aanvankelijk niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de beroepstermijn. In verzet werd dit oordeel herzien omdat het bestreden besluit niet aangetekend was verzonden en de datum van ontvangst later was dan de verzenddatum.
De Centrale Raad van Beroep stelde ambtshalve de ontvankelijkheid van het beroep aan de orde en concludeerde dat de rechtbank onterecht het beroep ontvankelijk had verklaard. De Raad oordeelde dat het besluit wel degelijk op 20 juli 2001 was verzonden, waardoor de beroepstermijn op 3 september 2001 afliep. Het beroepschrift was op 4 september ingediend, dus te laat.
De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep alsnog niet-ontvankelijk. Er werden geen proceskosten toegewezen. Hiermee werd bevestigd dat de wettelijke termijn strikt geldt en dat de datum van verzending bepalend is voor de aanvang van de beroepstermijn.
Uitkomst: Het beroep tegen de herziening van de WAO-uitkering wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.