ECLI:NL:CRVB:2003:AM0355
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- Th.G.M. Simons
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Vaststelling aanvang beroepstermijn bij verzending en aanbieding besluit op bezwaar
Appellant maakte bezwaar tegen een besluit op grond van de Algemene bijstandswet en stelde beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank die het beroep niet-ontvankelijk had verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.
De Raad overwoog dat voor het aanvang van de beroepstermijn bij toezending van het besluit zowel de verzending als de aanbieding aan het juiste adres moeten zijn vastgesteld of voldoende aannemelijk gemaakt. Hoewel het besluit op 22 juli 1999 was verzonden, was niet aannemelijk dat het ook daadwerkelijk in de brievenbus van appellant was gedeponeerd.
Appellant betwistte op geloofwaardige wijze de ontvangst van het besluit. De Raad stelde vast dat het besluit op 5 oktober 1999 aan appellant was uitgereikt, waardoor de beroepstermijn op 6 oktober 1999 aanving en het beroepschrift van die dag tijdig was ingediend.
De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verwees de zaak terug voor verdere behandeling. Tevens werd bepaald dat de gemeente het betaalde griffierecht aan appellant vergoedt.
Uitkomst: De beroepstermijn begon op 6 oktober 1999 na uitreiking van het besluit, waardoor het beroep tijdig was ingediend en de eerdere niet-ontvankelijkverklaring werd vernietigd.