ECLI:NL:CRVB:2006:AX1259
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- C.W.J. Schoor
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV inzake WAO-uitkering wegens onvoldoende onderbouwing
Appellante, die vanwege whiplashklachten en recidiverende nek- en rugklachten arbeidsongeschikt is geraakt, vroeg een WAO-uitkering aan die door het UWV werd afgewezen op grond van een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. Na bezwaar en een uitgebreide medische en arbeidskundige beoordeling, waarbij functies werden geselecteerd en belastbaarheid werd vastgesteld, handhaafde het UWV het besluit. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep betwistte appellante alleen de medische grondslag van het besluit. De Raad concludeerde dat de mate van arbeidsongeschiktheid juist was vastgesteld, maar dat de onderbouwing van de WAO-schattingsmethode pas in beroep met het rapport van de bezwaararbeidsdeskundige Politon voldoende was toegelicht. Het besluit werd daarom vernietigd wegens strijd met artikel 7:12 Awb Pro, maar de rechtsgevolgen bleven in stand volgens artikel 8:72 Awb Pro.
Het verzoek tot vergoeding van wettelijke rente werd afgewezen omdat het besluit in stand bleef. Wel werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellante in beroep en hoger beroep. De uitspraak bevestigt de noodzaak van een gedegen motivering van besluiten over arbeidsongeschiktheid en de zorgvuldige toetsing van medische en arbeidskundige gegevens.
Uitkomst: Het besluit van het UWV om de WAO-uitkering af te wijzen wordt vernietigd wegens onvoldoende onderbouwing, maar de rechtsgevolgen blijven in stand; het UWV wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.