ECLI:NL:CRVB:2006:AX1987
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen vaststelling WAO-dagloon en wettelijke rente door UWV
Betrokkene heeft bij het UWV verzocht om herziening van het WAO-dagloon met inachtneming van diverse toeslagen en extra reisdagen. Het UWV heeft het dagloon aangepast, maar niet alle gevraagde toeslagen erkend. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond voor zover het ging om de wettelijke rente, maar ongegrond voor de dagloonvaststelling.
In hoger beroep betoogde betrokkene dat de CAO-toeslag en andere toeslagen ten onrechte niet waren meegenomen en dat de wettelijke rente vanaf de oorspronkelijke toekenning verschuldigd was. Het UWV erkende onrechtmatigheid van het oorspronkelijke besluit maar stelde dat de gevolgen daarvan voor risico van betrokkene kwamen.
De Raad overwoog dat terugkomen op een onherroepelijk besluit terughoudend moet worden beoordeeld en dat betrokkene onvoldoende bewijs leverde voor de toeslagen. De wettelijke rente is slechts verschuldigd vanaf 1 mei 2002 tot de nabetaling op 5 december 2002. Het beroep tegen het besluit van 4 april 2006 wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep over de schadevergoeding wordt niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het besluit van 4 april 2006 wordt ongegrond verklaard.