ECLI:NL:CRVB:2006:AX3045
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- C.W.J. Schoor
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Vaststelling urenomvang maatman bij medische parttimer in WAO-uitkering
Betrokkene was voorheen fulltime werkzaam maar werkte sinds 1997 parttime vanwege gezondheidsklachten. Na uitval in 1999 weigerde het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) een WAO-uitkering toe te kennen omdat betrokkene minder dan 15% arbeidsongeschikt zou zijn. De rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond en oordeelde dat betrokkene als medische parttimer moest worden aangemerkt met een maatman van 20 uur per week, gebaseerd op een deskundigenrapport.
Het UWV stelde in hoger beroep dat geen medische noodzaak bestond voor een urenbeperking en dat de maatman gelijk moest zijn aan de arbeidstijd voorafgaand aan de arbeidsongeschiktheid. Betrokkene voerde aan dat hij vanwege vermoeidheidsklachten als medische afzakker moest worden beschouwd, waardoor de maatman op 40 uur moest worden vastgesteld.
De Raad hechtte doorslaggevende waarde aan het rapport van de neuroloog en bevestigde dat betrokkene een medische parttimer is met een maatman van maximaal 20 uur. De Raad verwierp echter het standpunt van betrokkene over de medische afzakker, aangezien onvoldoende bewijs bestond dat de vermindering van werkuren in 1996/1997 medisch noodzakelijk was. Tevens concludeerde de Raad dat onvoldoende arbeidsplaatsen beschikbaar zijn om de maatman te schatten, waardoor het bestreden besluit terecht werd vernietigd en het UWV een nieuw besluit moet nemen.
De Raad sprak zich niet uit over schadevergoeding omdat het nieuwe besluit nog moet worden genomen en achtte geen grond voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd voor zover het de omvang van de maatman betreft en het UWV moet een nieuw besluit nemen.