ECLI:NL:CRVB:2006:AX3236
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- H.J. Simon
- N.J. Haverkamp
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering WAO-uitkering wegens niet vervulde wachttijd
Appellant, voormalig magazijnbediende, meldde zich in 1990 arbeidsongeschikt vanuit Marokko. Het UWV weigerde aanvankelijk ziekengeld en later een WAO-uitkering toe te kennen, omdat appellant volgens eerdere rechterlijke uitspraken niet 52 weken onafgebroken arbeidsongeschikt was geweest. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij zij het ontbreken van aanspraak op ziekengeld als doorslaggevend aanmerkte.
In hoger beroep stelde appellant dat hij sinds 1990 arbeidsongeschikt was. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het ontbreken van aanspraak op ziekengeld geen zelfstandige of doorslaggevende betekenis mag hebben bij de beoordeling van de WAO-wachttijd. Hierdoor was het besluit van het UWV onjuist gefundeerd.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak, verklaarde het beroep gegrond, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Tevens werd het betaalde recht van appellant vergoed. De uitspraak benadrukt dat de beoordeling van arbeidsongeschiktheid in het kader van de WAO losstaat van aanspraken op ziekengeld.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, met instandhouding van de rechtsgevolgen.