ECLI:NL:CRVB:2006:AX3749
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.C. Bruning
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit voortzetting WAO-uitkering wegens termijnoverschrijding en procesrechtelijke fouten
Appellant stelde hoger beroep in tegen het besluit van het UWV om zijn WAO-uitkering ongewijzigd voort te zetten tot 16 februari 2006. De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard, maar liet stukken buiten beschouwing en gaf geen oordeel over de termijnoverschrijding bij besluitvorming.
De Raad oordeelt dat de rechtbank onterecht stukken buiten beschouwing liet zonder schorsing van de zitting, waardoor de procesorde werd geschonden. Tevens is vastgesteld dat het UWV niet tijdig heeft beslist op het bezwaar, wat volgens vaste jurisprudentie tot gegrondverklaring van het beroep leidt.
Hoewel het besluit wordt vernietigd, blijven de rechtsgevolgen van het besluit in stand omdat appellant steeds zijn volledige WAO-uitkering heeft ontvangen. De vorderingen tot schadevergoeding worden afgewezen wegens gebrek aan causaal verband en onvoldoende bewijs van immateriële schade. Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens termijnoverschrijding en schending van de procesorde, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.