ECLI:NL:CRVB:2006:AX3771
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling hoogte WW-dagloon en wettelijke rente bij herziening besluit
Betrokkene werkte bij een werkgever en ontving een WW-uitkering met een vastgesteld dagloon van f 171,05. Na bezwaar werd het dagloon per 1 februari 1994 verhoogd naar € 80,51. Betrokkene stelde dat toeslagen zoals zes extra vakantiedagen, reiskostenvergoeding buitenland en diverse andere toeslagen meegenomen moesten worden in het dagloon. Het UWV erkende het eerdere besluit als onrechtmatig, maar stelde dat de gevolgen daarvan voor risico van betrokkene kwamen vanwege onvolledige gegevensverstrekking en late verzoeken.
De Raad overwoog dat het vaste maandloon niet wijzigt door extra vakantiedagen en dat de toeslagen niet voldoende waren aangetoond. Ook werd verwezen naar eerdere jurisprudentie over de reiskostenvergoeding die slechts recht gaf op een jaarlijkse vergoeding, ongeacht dubbele betalingen. De Raad verwierp het beroep van betrokkene.
Ten aanzien van de wettelijke rente oordeelde de Raad dat het UWV weliswaar rente vanaf 1 maart 1994 verschuldigd was, maar dat het verzoek om rente over rente toe te kennen niet was gehonoreerd. De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank en veroordeelde het UWV in de proceskosten van betrokkene. De Raad gelastte het UWV een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de overwegingen.
Uitkomst: De Raad bevestigt dat de toeslagen niet zijn aangetoond en veroordeelt het UWV in proceskosten, met een nieuw te nemen besluit over rente.