ECLI:NL:CRVB:2006:AX4373
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- C.W.J. Schoor
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Juistheid vaststelling hoogte gedifferentieerde WAO-premie bij arbeidsongeschiktheid tijdens of na dienstbetrekking
Appellante, een werkgever, ging in hoger beroep tegen besluiten van het UWV waarin de hoogte van de gedifferentieerde WAO-premie werd vastgesteld op basis van de aan een werkneemster betaalde WAO-uitkering. De kern van het geschil was of de werkneemster tijdens of na afloop van haar dienstbetrekking arbeidsongeschikt is geworden.
De werkneemster had zwangerschapsverlof gehad, werkte daarna gedeeltelijk en volledig, en nam ontslag per 1 juli 1997. Zij meldde zich ziek per 1 juli 1997. Zowel het UWV als de rechtbank stelden dat de arbeidsongeschiktheid tijdens de dienstbetrekking was ontstaan en onafgebroken 52 weken had geduurd. De Raad constateerde echter dat onvoldoende onderzoek was gedaan naar de gezondheidstoestand van de werkneemster in de periode na hervatting van het werk tot het ontslag, mede door tegenstrijdige medische gegevens en het ontbreken van controle.
De Raad oordeelde dat de besluiten niet in stand konden blijven en dat het UWV een nieuw besluit moest nemen. Tevens werd het UWV veroordeeld in de proceskosten van appellante. De privacy van de werkneemster en de toepassing van artikel 8:32 Awb Pro werden ook besproken, waarbij de afweging tussen privacy en procesbelang werd gemaakt.
De uitspraak benadrukt het belang van zorgvuldig medisch onderzoek en een juiste afweging van belangen bij het vaststellen van arbeidsongeschiktheid in relatie tot premieberekening.
Uitkomst: De Raad vernietigt de besluiten over de WAO-premie en beveelt het UWV een nieuw besluit te nemen.