ECLI:NL:RBSHE:2003:AF3287
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.A.H. Schifferstein
- D.J. Hutten
- J.R. van Es-de Vries
- Rechtspraak.nl
Vaststelling gedifferentieerde WAO-premie onterecht gebaseerd op zwangerschapsverlof
Eiseres, een accountantskantoor, betwist de vaststelling van de gedifferentieerde WAO-premie voor 1999, gebaseerd op een WAO-uitkering toegekend aan een voormalige werkneemster. De werkneemster was vanaf 17 juni 1996 met zwangerschapsverlof en gedeeltelijk arbeidsongeschikt tot 13 februari 1997, waarna zij haar werkzaamheden volledig hervatte. Verweerder stelde dat de wachttijd van 52 weken voor arbeidsongeschiktheid begon op 17 juni 1996, inclusief de periode van zwangerschapsverlof.
De rechtbank oordeelt dat de periode van zwangerschapsverlof niet gelijkgesteld mag worden aan ziekte voor de berekening van de wachttijd, omdat dit in strijd is met het discriminatieverbod uit EG-Richtlijn 79/7 en het arrest Mary Brown van het Hof van Justitie. De periode van gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid na het verlof en de periode na 13 februari 1997 mogen wel worden meegeteld.
Hierdoor was de wachttijd van 52 weken op 16 juni 1997 nog niet voltooid en had de WAO-uitkering pas vanaf 6 oktober 1997 mogen ingaan. De gedifferentieerde premie is daarom onjuist vastgesteld. Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen. Tevens wordt het betaalde griffierecht aan eiseres vergoed.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw premiebesluit te nemen met correcte toepassing van de wachttijdregels.