ECLI:NL:CRVB:2006:AX6477
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens erfdeelvermogen
Appellant ontving bijstand, welke door het College van burgemeester en wethouders van Groningen werd ingetrokken per 1 maart 2003 omdat appellant beschikte over voldoende middelen uit een erfenis. Tevens werd een bedrag van € 6.232,49 teruggevorderd als teveel verleende bijstand. Appellant stelde bezwaar en beroep in tegen deze besluiten.
De Raad oordeelde dat appellant niet langer de intrekking en terugvordering betwistte en dat de peildatum en toepassing van artikel 82 Abw Pro juist waren. De Raad verwierp het beroep van appellant dat onjuistheden in het proces-verbaal van de rechtbank tot vernietiging zouden moeten leiden en oordeelde dat geen sprake was van bestuurlijke traagheid of schending van het redelijke termijn.
Ook het beroep op artikel 13 EVRM Pro werd onvoldoende concreet bevonden. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank Groningen en wees het beroep af. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de bijstandsuitkering en de terugvordering wegens het beschikken over erfdeelvermogen.