ECLI:NL:CRVB:2006:AX6484
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- H. Bolt
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Vernietiging maatregel korting WW-uitkering wegens onvoldoende sollicitatieactiviteiten
Appellant was vanaf 31 maart 2003 werkzaam als uitzendkracht bij Pool Schildersdiensten BV en werd ter beschikking gesteld aan Smits Dokkum BV. Op 11 november 2003 werd hem medegedeeld dat het dienstverband per 10 november 2003 was beëindigd wegens het einde van het project. Het Uwv legde een korting van 20% op de WW-uitkering op omdat appellant onvoldoende sollicitatieactiviteiten zou hebben verricht voorafgaand aan zijn werkloosheid.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat hij had moeten solliciteren tijdens zijn werkzaamheden. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij pas op 7 november 2003 te horen kreeg dat er geen werk meer was en dat het einde van het dienstverband van de ene op de andere dag plaatsvond. De Raad stelde dat het tijdstip waarop appellant redelijkerwijs duidelijk kon zijn dat zijn dienstverband eindigde niet het begin van de uitzendovereenkomst was, maar 7 november 2003, toen hem werd meegedeeld dat er geen werk meer was.
De Raad oordeelde dat het bestreden besluit op een onjuiste feitelijke grondslag berust en vernietigde het besluit en de aangevallen uitspraak. Tevens veroordeelde de Raad het Uwv tot vergoeding van proceskosten en wettelijke rente over de nabetaling van de uitkering.
Uitkomst: De maatregel van korting op de WW-uitkering wegens onvoldoende sollicitatieactiviteiten wordt vernietigd en het Uwv wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en wettelijke rente.