ECLI:NL:CRVB:2006:AZ0560
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- T. Hoogenboom
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit korting WW-uitkering wegens onvoldoende sollicitatie voorafgaand aan werkloosheid
Appellant was vanaf 8 maart 2004 werkzaam als uitzendkracht bij Allround Work Services B.V. Op 3 december 2004 werd hem meegedeeld dat hij vanaf 6 december 2004 niet meer hoefde te komen omdat er geen werk meer was. Het UWV kende appellant een WW-uitkering toe per 6 december 2004, maar kortte deze met 20% gedurende 16 weken wegens het niet tijdig ondernemen van sollicitatieactiviteiten.
Appellant maakte bezwaar tegen deze maatregel, stellende dat hij pas op 3 december 2004 wist dat zijn dienstverband zou eindigen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat appellant bekend was met het grillige karakter van zijn arbeidsrelatie en daarom eerder had moeten solliciteren.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV ten onrechte het begin van de uitzendovereenkomst als aanvangsmoment van de sollicitatieplicht had gesteld. Het moment waarop appellant redelijkerwijs duidelijk kon zijn dat zijn dienstbetrekking eindigde, moest objectief vaststaan en dat was pas de mededeling op 3 december 2004. Daarom werd het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank vernietigd en werd het UWV opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Uitkomst: Het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank worden vernietigd en het UWV moet een nieuw besluit nemen over de sollicitatieplichtkorting.