ECLI:NL:CRVB:2006:AX6791
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- C. van Viegen
- J.N.A. Bootsma
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van bedrijfspensioen als middel bij bijstandsuitkering volgens de Algemene bijstandswet
Appellant ontvangt een bijstandsuitkering op grond van de Algemene bijstandswet (Abw) en maakt bezwaar tegen de inhouding van een bedrag wegens het bedrijfspensioen van zijn zoon. Hij stelt dat het pensioen wordt gebruikt voor de dekking van eigenaarslasten en onderhoudskosten van de woning van zijn zoon, waardoor het niet als middel voor de bijstand in aanmerking zou moeten worden genomen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de appellant ging in hoger beroep. De Centrale Raad van Beroep overweegt dat volgens artikel 42 van Pro de Abw alle vermogens- en inkomensbestanddelen waarover het gezin beschikt, tot de middelen worden gerekend. Het gebruik van deze middelen is voor de hoogte van de bijstand niet relevant.
De Raad oordeelt dat het College terecht het bedrijfspensioen heeft meegerekend als middel, ook al zijn er kosten verbonden aan het vermogen van de zoon. Het feit dat de woning niet wordt verhuurd en het pensioen wordt gebruikt voor onderhoud verandert hieraan niets. Het hoger beroep wordt daarom afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de inhouding van het bedrijfspensioen op de bijstandsuitkering bevestigd.