ECLI:NL:CRVB:2006:AX7443
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- Th.C. van Sloten
- R.M. van Male
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bevoegdheid en ontvankelijkheid bezwaar bij faillissement en bijstandsuitkering
Appellant werd failliet verklaard en vroeg een bijstandsuitkering aan die door het College buiten behandeling werd gesteld. Het bezwaar van appellant werd niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn. De rechtbank oordeelde dat alleen de curator beroep kon instellen omdat het faillissement nog niet was opgeheven.
De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat het besluit van het College geen vermogensrecht betrof dat tot de failliete boedel behoort, waardoor appellant wel bevoegd was om bezwaar te maken. De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank.
Verder oordeelde de Raad dat het besluit deugdelijk was bekendgemaakt op het adres van appellant, waardoor de bezwaartermijn van zes weken was gestart. Appellant had het bezwaar te laat ingediend, maar omdat het besluit niet op zijn adres maar bij de curator was bezorgd en appellant pas later kennis kon nemen van het besluit, was hij niet in verzuim. Het bezwaar was dus ontvankelijk.
De Raad vernietigde het besluit van 25 november 2003 en bepaalde dat het College een nieuw besluit moet nemen. Tevens werd het College veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het bezwaar van appellant is ontvankelijk verklaard en het besluit van het College vernietigd met opdracht tot een nieuw besluit.