ECLI:NL:CRVB:2006:AX7788
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beslissing UWV over medische beperkingen appellant bij WAO-uitkering
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV waarin werd vastgesteld dat hij op de datum in geding, 1 januari 2001, niet meer medische beperkingen had dan aangenomen. De rechtbank Arnhem had het beroep ongegrond verklaard en het oordeel van de door haar ingeschakelde psychiater gevolgd.
In hoger beroep heeft appellant nieuwe rapportages en verklaringen aangevoerd, waaronder een rapport van zijn behandelend psychiater en een rapport van Lander Werk en Integratie. De Centrale Raad van Beroep overweegt dat deze nieuwe stukken geen nieuwe gezichtspunten bevatten die het eerdere oordeel kunnen wijzigen. De Raad volgt het oordeel van de onafhankelijke psychiater De Mooij die ook informatie heeft ingewonnen bij de behandelend psychiater.
De Raad wijst erop dat de psychische klachten pas na de datum in geding zijn vastgesteld en dat de stelling dat de medische situatie op de datum in geding gelijk was aan die in latere rapportages niet is onderbouwd. Het hoger beroep wordt daarom afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.