ECLI:NL:CRVB:2006:AX8558
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- R.H.M. Roelofs
- C. van Viegen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor legeskosten verblijfsdocumenten bevestigd
Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Ede stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Arnhem die het beroep tegen het besluit tot afwijzing van bijzondere bijstand voor legeskosten voor verblijfsdocumenten gegrond verklaarde. De Centrale Raad van Beroep beoordeelde het hoger beroep en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
De Raad stelde vast dat niet meer in geschil was de weigering van bijzondere bijstand voor de legeskosten ten behoeve van de echtgenote van gedaagde. De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank dat de kinderen van gedaagde, ook al hebben zij niet de Nederlandse nationaliteit, als ten laste komende kinderen in de zin van artikel 7 van Pro de Algemene bijstandswet (Abw) moeten worden beschouwd. De Raad verwees naar eerdere jurisprudentie waarin dit standpunt werd bevestigd.
Verder oordeelde de Raad dat het bestuursorgaan geen beleidsvrijheid heeft bij de beoordeling van de wettelijke voorwaarden voor bijzondere bijstand. De rechtbank had terecht geoordeeld dat het bestuursorgaan onvoldoende onderzoek had gedaan naar de specifieke situatie van gedaagde, met name of reservering of gespreide betaling mogelijk was. Daarom was het besluit op bezwaar in strijd met artikel 3:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De Raad stelde appellant een termijn van vier weken om een nieuw besluit op bezwaar te nemen en wees de door gedaagde gevorderde dwangsom af. Tevens werd een griffierecht van €414,-- opgelegd aan de gemeente Ede.
Uitkomst: De afwijzing van bijzondere bijstand voor legeskosten wordt bevestigd en appellant krijgt een termijn voor een nieuw besluit op bezwaar.