ECLI:NL:CRVB:2006:AX8752
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- K. Zeilemaker
- H.G. Rottier
- Rechtspraak.nl
Beoordeling recht op WW- en bovenwettelijke uitkering bij niet voldoen aan referte-eis
Betrokkene werkte sinds 1985 bij Postkantoren B.V. en daarnaast tijdelijk als invalkracht in het primair onderwijs. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) weigerde een WW-uitkering omdat zij niet voldeed aan de wekeneis van artikel 17 van Pro de WW. Tevens werd een aanvraag voor een bovenwettelijke werkloosheidsuitkering (BBWO) afgewezen omdat betrokkene niet aan de verlaagde wekeneis voldeed.
De rechtbank vernietigde het besluit tot weigering van de BBWO-uitkering wegens een onjuiste toepassing van de regels omtrent de wekeneis. De Minister stelde in hoger beroep dat betrokkene vanwege haar doorlopende dienstverband bij Postkantoren B.V. niet in aanmerking komt voor de verlaagde wekeneis, en dat de rechtbank het besluit ten onrechte vernietigde.
De Raad oordeelde dat de rechtbank terecht het besluit vernietigde vanwege een onjuiste toepassing van artikel 2 van Pro de Regels. De Raad bevestigde dat het bestaan van een doorlopend dienstverband de toepassing van de verlaagde wekeneis uitsluit. Het beroep tegen het nieuwe besluit van 19 april 2005 werd ongegrond verklaard. De Minister werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: Het hoger beroep van de Minister wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WW- en BBWO-uitkering bevestigd.