ECLI:NL:CRVB:2006:AX8842
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens niet-woonachtig zijn op opgegeven adres
Appellant ontving bijstandsuitkering van september 1996 tot juli 2001. Na onderzoek door sociale recherche, waarbij bleek dat appellant niet woonde op het opgegeven adres, trok het College de bijstand in en vorderde de kosten terug. Tevens werd een boete opgelegd wegens schending van de inlichtingenplicht.
De rechtbank Almelo vernietigde aanvankelijk het besluit, waarna het College het intrekkingsbesluit beperkte tot de periode november 1996 tot oktober 1997 en de boete verlaagde. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit aangepaste besluit ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat het waterverbruik niet betrouwbaar was door mogelijke defecten aan de watermeter. De Raad oordeelde echter dat het waterverbruik consistent laag was en dat appellant onjuiste gegevens had verstrekt over zijn woonadres, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld.
De Raad bevestigde dat het College terecht de bijstand introk en terugvorderde en de boete oplegde, zonder aanleiding voor vermindering of afzien van sancties. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand en de oplegging van een boete wegens het niet-woonachtig zijn op het opgegeven adres.