ECLI:NL:CRVB:2006:AX8937
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- A.B.J. van der Ham
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid College bij opleggen ondertekening geldlening en verpanding in bijstandsverlening
Appellanten verzochten het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Lochem om bijstand voor levensonderhoud en bedrijfskapitaal. Het College kende bijstand toe in de vorm van leningen, verbonden aan voorwaarden in bijlagen, waaronder overeenkomsten van geldlening en een overeenkomst van bezitloos pandrecht. Het College stelde als voorwaarde dat appellanten deze overeenkomsten ondertekenden.
Appellanten weigerden dit, met name appellante stelde dat zij niet gehouden kon worden tot ondertekening en hoofdelijke aansprakelijkheid, omdat de onderneming een eenmanszaak van appellant was en zij slechts hand- en spandiensten verrichtte. Het College trok daarop het recht op bijstand in. De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep vernietigde deze uitspraak.
De Raad oordeelde dat het College bevoegd is om aan bijstand in de vorm van leningen voorwaarden te verbinden op grond van artikel 106 Abw Pro en artikel 19 Bbz Pro, maar dat het College niet bevoegd is om appellante te verplichten tot ondertekening van de pandakte, omdat zij geen eigenaar is van de bedrijfsmiddelen en de onderneming een eenmanszaak is. De Raad vernietigde het besluit en veroordeelde het College tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van het College wordt vernietigd wegens onrechtmatige verplichting tot ondertekening door appellante.