ECLI:NL:CRVB:2006:AX8983
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- I.M.J. Hilhorst - Hagen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV wegens overschrijding redelijke beslistermijn en toekenning immateriële schadevergoeding
Appellante kreeg aanvankelijk een WAO-uitkering toegekend, die later werd ingetrokken wegens een lagere mate van arbeidsongeschiktheid. Na bezwaar en beroep werd de uitkering gedeeltelijk hersteld op arbeidskundige gronden, maar appellante stelde medisch volledig arbeidsongeschikt te zijn geweest. De rechtbank schakelde meerdere onafhankelijke medisch deskundigen in, die concludeerden dat appellante in redelijkheid 20 uur per week kon werken. De rechtbank verklaarde het beroep grotendeels ongegrond.
In hoger beroep voerde appellante aan dat de procedure buitensporig lang had geduurd, wat een schending van artikel 6 EVRM Pro opleverde. De Raad schakelde opnieuw een onafhankelijke reumatoloog in, die de eerdere conclusies bevestigde. De Raad oordeelde dat de procedure ruim 7 jaar en 3 maanden had geduurd zonder rechtvaardiging en dat het UWV de redelijke termijn had overschreden.
De Raad vernietigde het besluit op bezwaar van 16 november 2000 wegens strijd met artikel 6 EVRM Pro, verklaarde het beroep gegrond, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van €1.000,- immateriële schade en proceskosten van €1.449,- aan appellante, inclusief vergoeding van het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het besluit op bezwaar van 16 november 2000 wordt vernietigd wegens overschrijding van de redelijke beslistermijn en appellante ontvangt een immateriële schadevergoeding van €1.000,-.