ECLI:NL:CRVB:2006:AX9007
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- R.H.M. Roelofs
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak over vergoeding wettelijke rente en redelijke termijn bestuursprocedure
Appellant ontving vanaf 1992 bijstand met een korting die later onterecht werd geacht. Na een eerdere uitspraak van de Raad werd de korting terugbetaald, waarna appellant wettelijke rente over de nabetaling vorderde. Het College kende enkelvoudige wettelijke rente toe, maar appellant vorderde volledige rente en een immateriële schadevergoeding.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het besluit van het College ongegrond en wees de immateriële schadevergoeding af. Appellant stelde in hoger beroep dat het College willens en wetens de uitvoering van de rentevergoeding negeerde en dat de lange duur van de besluitvorming zijn recht op een redelijke termijn schond.
De Raad stelt vast dat de immateriële schadevergoeding reeds onherroepelijk is afgewezen en dat het College en de rechter aan die uitspraak gebonden zijn. De Raad oordeelt dat de procedure van bezwaar tot uitspraak ruim binnen de redelijke termijn van artikel 6 EVRM Pro is gebleven. Het hoger beroep wordt daarom afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Hoger beroep wordt afgewezen en uitspraak van de rechtbank bevestigd.