ECLI:NL:CRVB:2006:AX9120
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid tot intrekking bijstandsuitkering bij verwijtbaar verzuim van informatieverstrekking
Appellant ontving een bijstandsuitkering en werd opgeroepen om aanvullende gegevens te verstrekken in het kader van een rechtmatigheidsonderzoek. Het College schortte de uitkering op en kondigde intrekking aan bij uitblijven van de gevraagde informatie. Appellant maakte geen gebruik van de herstelmogelijkheid. Het College trok de uitkering in met terugwerkende kracht.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de rechtbank ten onrechte de bevoegdheidsgrondslag voor intrekking op artikel 69, vierde lid, van de Abw baseerde. De juiste grondslag is artikel 54, vierde lid, van de WWB. De Raad stelde vast dat appellant verwijtbaar heeft verzuimd de gevraagde informatie binnen de gestelde termijn te verstrekken.
De Raad bevestigde dat het College op grond van artikel 54 WWB Pro bevoegd is tot opschorting en intrekking van de bijstandsuitkering en dat de bestaande jurisprudentie op grond van de Abw van toepassing blijft. De Raad vernietigde het besluit van 11 mei 2004, verklaarde het beroep gegrond, maar bepaalde dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven. Tevens werd het betaalde griffierecht aan appellant vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot intrekking van de bijstandsuitkering wordt vernietigd wegens onjuiste bevoegdheidsgrondslag, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.