ECLI:NL:CRVB:2006:AX9213
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Ontzegging kinderbijslag en onderhoudsbijdrage: geschil over bewijs en redelijke termijn
Appellant vroeg kinderbijslag aan voor drie kinderen die in India verbleven. De Sociale verzekeringsbank (Svb) schortte de uitkering op vanwege twijfel over het ouderschap en het niet voldoen aan de onderhoudseis. Na onderzoek concludeerde de Svb dat appellant onvoldoende had bijgedragen in het levensonderhoud van de kinderen, waarop kinderbijslag werd geweigerd voor bepaalde perioden.
Appellant voerde aan dat hij wel betalingen had gedaan en overlegde bewijsstukken, waarop de Svb uiteindelijk kinderbijslag toekende voor enkele kwartalen. De Raad oordeelde echter dat voor sommige kwartalen onvoldoende bewijs was geleverd en dat de Svb een nieuwe beslissing moest nemen. Tevens werd vastgesteld dat de procedure onredelijk lang had geduurd, waardoor appellant recht had op een immateriële schadevergoeding van € 2.000.
De Raad wees ook wettelijke rente toe over de te laat betaalde kinderbijslag vanaf het moment dat appellant de juiste bewijsstukken had overgelegd, en veroordeelde de Svb tot vergoeding van proceskosten. Vergoedingen voor gemaakte kosten om bewijsstukken te verkrijgen werden afgewezen omdat deze binnen de risicosfeer van appellant vielen.
Uitkomst: De Raad vernietigt deels het besluit van de Svb, wijst schadevergoeding toe en bepaalt dat de Svb nieuwe beslissingen moet nemen over bepaalde kwartalen kinderbijslag.