ECLI:NL:CRVB:2006:AX9305

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
9 juni 2006
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
05-1953 WTS
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2.9 WtosArt. 2.10 WtosArt. 8:75 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging weigering VO18+-toelage wegens niet-geschikte opleiding

Appellante, geboren in 1985, volgde sinds 1998 een opleiding Sociaal-technische wetenschappen in België en vroeg in 2004 een tegemoetkoming in studiekosten (VO18+-toelage) aan. De IB-Groep weigerde deze tegemoetkoming omdat de opleiding niet voldoet aan de voorwaarden van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten (Wtos). De rechtbank Groningen verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarbij het beroep op het vertrouwensbeginsel werd afgewezen.

In hoger beroep stelde appellante dat zij op grond van brieven van de IB-Groep mocht vertrouwen op de tegemoetkoming. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat deze brieven slechts algemene informatie bevatten en geen concrete toezeggingen aan appellante. Daarom faalt het beroep op het vertrouwensbeginsel.

De Raad bevestigt het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Het hoger beroep wordt verworpen omdat de opleiding niet in aanmerking komt voor de tegemoetkoming en er geen rechtsgrond is voor het vertrouwensbeginsel.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de VO18+-toelage bevestigd.

Uitspraak

05/1953 WTS
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellante], wonende te [woonplaats], België (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank Groningen van 15 februari 2005, 04/387 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de hoofddirectie van de Informatie Beheer Groep (hierna: IB-Groep),
Datum uitspraak: 9 juni 2006
I. PROCESVERLOOP
Appellante heeft hoger beroep ingesteld.
De IB-groep heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 28 april 2006. Appellante is niet verschenen. De IB-groep was vertegenwoordigd door mr. P. E. Merema.
II. OVERWEGINGEN
Appellante, geboren op 14 oktober 1985, is in september 1998 begonnen met de opleiding Sociaal-technische wetenschappen aan het Instituut Heilig Graf te Kinrooi, België. Bij aanvraagformulier van 5 januari 2004 heeft zij een tegemoetkoming in de studiekosten voor scholieren van 18 jaar en ouder, de zogenoemde VO18+-toelage, aangevraagd vanaf de maand dat zij er recht op heeft.
Bij primair besluit van 21 januari 2004 heeft de IB-Groep geweigerd om een tegemoetkoming toe te kennen omdat appellante onderwijs volgt waarvoor geen tegemoetkoming mogelijk is.
Het hiertegen ingediende bezwaarschrift is ongegrond verklaard bij besluit van 19 maart 2004 (hierna: het bestreden besluit) onder de overweging dat de opleiding Sociaal-technische wetenschappen aan het Instituut Heilig Graf te Kinrooi in België niet voldoet aan de voorwaarden van de artikelen 2.9 en 2.10 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten (Wtos).
De rechtbank Groningen heeft bij bovengenoemde uitspraak het hiertegen ingestelde beroep ongegrond verklaard waartoe zij onder meer heeft overwogen dat het beroep van appellante op het vertrouwensbeginsel faalt.
In hoger beroep heeft appellante aangevoerd dat zij, gelet op de inhoud van de brieven van de IB-groep van 17 juni 2003 en 24 september 2003, erop mocht vertrouwen dat zij aanspraak heeft op de tegemoetkoming VO18+. De rechtbank heeft derhalve ten onrechte overwogen dat het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt en ten onrechte het beroep ongegrond verklaard.
De Raad is van oordeel dat het hoger beroep niet kan slagen. De Raad verwijst dan ook naar de overwegingen van de rechtbank met betrekking tot de brochures van de IB-Groep en stelt zich volledig achter deze overwegingen. De door appellante overgelegde brieven van de IB-Groep zijn weliswaar op haar naam gesteld, maar bevatten – evenals de brochures – slechts algemene, niet op de situatie van appellante toegespitste informatie, en geen concrete, aan appellante gedane toezeggingen
De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten.
Deze uitspraak is gedaan door G.J.H. Doornewaard als voorzitter en J. Brand en I.M.J. Hilhorst-Hagen als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M.C.T.M. Sonderegger als griffier, uitgesproken in het openbaar op 9 juni 2006.
(get.) G.J.H. Doornewaard.
(get.) M.C.T.M. Sonderegger.
MK